Het Kasteel van Den Haag

Het centrum voor de administratie van het Graafschap Holland (hoort bij het spel Koninkrijken der Renaissance)
OfficiŽle site van het spel : www.dekoninkrijken.com
 
IndexRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Boek III: Religieuze wetten

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Admin
Admin


Man Aantal berichten : 625
Registration date : 28-04-07

Personage-beschrijving
Adelijke rang: Burger
Spierkracht:
0/0  (0/0)

BerichtOnderwerp: Boek III: Religieuze wetten   ma jun 11, 2007 6:18 pm

Boek III: Wet Religie

Opus 1: OfficiŽle godsdienst

Artikel 1.

    De Aristotelische Kerk is de officiŽle godsdienst van het Graafschap Holland. Pogingen om de overige godsdiensten te verspreiden zullen niet getolereerd worden. Iedere burger heeft het recht om zijn eigen religie te kiezen, maar enkel het Aristotelische geloof mag gepropageerd worden.

Artikel 2.

    De Graaf van Holland is bij voorkeur een Aristotelisch gelovige. Wanneer hij op het moment van de verkiezing nog niet gedoopt is, behoud de kerk het recht voor hem niet te kronen. Behoudens dat hij, binnen twee weken na zijn aanstelling gedoopt wenst te worden uit vrije wil.

Artikel 3.

    Het graafschap is eigen baas over zijn keuzes, zolang deze maar niet in strijd zijn met het Aristotelische geloof.

Opus 2: De Inquisitie is de justitie van de Kerk

Artikel 1.

    Elk soort van ketterij, schisma of atheÔsme is verboden in Graafschap Holland, elke verspreiding van een soort van ander geloof dat niet behoord tot de registers van de Kerk (AverroÔsme en Spinozisme horen daar niet bij) zullen zwaar bestraft worden door de Heilige Inquisitie of de andere daartoe bevoegde kerkelijke instanties.

Artikel 2.

    Ketterij is het zich niet gedragen naar het Aristotelische dogma.

Artikel 3.

    Schisma is de scheiding van de Kerk met de werkelijke Aristotelische Kerk die de aristotelische waarheid bezit, gift en creatie van God.

Opus 3: Gratieverzoeken voor gelovige

Artikel 1.

    De Aartsbisschop van Keulen en de Bisschop van Utrecht kunnen, op verzoek of uit eigen beweging, namens een veroordeelde volgeling van de Rooms-Aristotelische Kerk een verzoek om gratie indienen bij de Graaf van Holland.

Artikel 2.

    De Aartsbisschop is vrij dit verzoek te honoreren of te verwerpen naar gelang zijn eigen overwegingen.

Artikel 3.

    Wanneer de Aartsbisschop het verzoek honoreert zal hij een brief schrijven aan de Graaf van Holland met daarin het verzoek tot gratie van de gelovige.

Artikel 4.

    Wanneer de Aartsbisschop of Bisschop een gratieverzoek indient heeft de gelovige niet het recht meer om nogmaals zelf een gratieverzoek in te dienen bij de Graaf van Holland.

Artikel 5.

    Iedereen, gelovig of niet, kan de Aartsbisschop of Bisschop vragen een gratieverzoek in te dienen. De Aartsbisschop of Bisschop heeft echter het recht om het heilig sacrament van de doop of de biecht te verplichten, zodat de beklaagde oprecht zijn spijt toont.

Artikel 6.

    Wanneer een gelovige te horen krijgt dat de Aartsbisschop hem zal vertegenwoordigen, mag deze niet nog eens een eigen gratieverzoek indienen.

Artikel 7.

    Zij die niet gedoopt zijn kunnen echter ook gebruik maken van bovengenoemde optie echter zal de Aartsbisschop in dit geval eerst aan de ongedoopte de eisen kunnen neerleggen van het ondergaan van het heilige sacrament of het werkelijk berouw tonen van de daden.

Citaat :
Concordaat tussen het Graafschap Holland en de Zeer Heilige Rooms-Aristotelische Kerk.

We hebben ervoor gekozen om het Graafschap Holland en de Aristotelische en Roomse Kerk dichter bij elkaar te brengen, om een sterke vriendschappelijke relatie te kunnen opbouwen, zodat een goede samenwerking kan worden gegarandeerd tegenover het Hollandse volk, zodat deze in vrede kan leven op de Hollandse gronden, en zodat Holland een beter religieus bestaan kan opbouwen samen met alle gelovigen, en diegenen die twijfelen kunnen overtuigen van het geluk en de vriendschap die de aristotelische gemeenschap kan brengen.

Deel I :De rol van de Kerk in de spirituele organisatie van het Graafschap Holland.

Artikel I.1 :
Dit verdrag maakt van het Rooms-Aristotelische Geloof, Universeel en Ondeelbaar, het officiŽle staatsgeloof van het Graafschap Holland. Deze erkend de Rooms-Aristotelische Kerk, Universeel en Ondeelbaar, als enige kerk, en ook bezitter van het Ware Geloof.
Holland erkend het bestaan van de Heilige Stoel en al haar instituten.

Artikel I.2 :
Andere geloven of sekten zijn verboden op Hollandse grond, zonder toestemming.

Artikel I.3 :
Enkel het Aristotelische Geloof mag in het openbaar (hallen, herbergen etc...) verkondigt worden, en heeft het recht om te bekeren.

Artikel I.4 :
Iedere overtreding van een van de artikelen in dit verdrag zal gezien worden als ketterij.

Artikel I.5 :
De hiŽrarchie van de Kerk zal moeten gerespecteerd worden tijdens iedere relatie tussen de Kerk en de tijdelijke machten.

Deel II:De rol van de Kerk in het burgerlijke leven.

Artikel II.1 :
De aristotelische huwelijken zijn de enige geldige huwelijken.

Artikel II.2 :
De Kerk geeft als missie om de aristotelisch gedoopte mensen een laatste rustplaats te geven en ze te begraven volgens het Aristotelische Dogma.

Artikel II.3 :
De Aristotelische Kerk zal haar best doen om in iedere Hollandse parochie een pastoor te hebben zodat de missen kunnen doorgaan. Net als de ceremonieŽn: Dopen, Huwelijken, Begrafenissen, daar tegenover, zal het Graafschap Holland zich in zetten om de Hollandse toekomstige pastoren financieel te ondersteunen, via de banken van Holland.
- Zij zullen een bedrag van 1200 florijnen lenen aan een toekomstig klerk die er dan ook voor kiest om de weg van de Kerk te volgen zodra deze level 3 bereikt. Deze persoon zal vervolgens door de Aartsbisschop benoemd worden tot Patoor. De aanvraag van een lening zal aan de Aartsbisschop gedaan worden die het zelf zal doorgeven aan het Graafschap. De pastoor die een lening heeft afgesloten zal minstens 3 maanden moeten staan in zijn Parochie en de lening terug betalen, als hij het Graafschap verlaat dan zal hij de lening moeten terug betalen met een rente van 10 %.
- Zij zullen de Aartsbisschoppen financieel steunen in hun escortes, maar dan ook enkel met religieuse doeleinden.
- Zij zullen er voor moeten zorgen dat er altijd een escorte van het Hollandse Leger gereed is om de klerken te kunnen beschermen tijdens hun trektochten in het Graafschap.

Artikel I.4 :
De grote religieuze feesten zullen worden gevierd samen met de leden van de Graafschappelijke Raad, zolang dit mogelijk is voor de leden van deze laatste.

Artikel II.5 :
De Kerk heeft als missie het helpen de armen. Haar vertegenwoordigers zullen dus hun best moeten doen om actief present te zijn bij liefdadigheidsacties, en zolang het mogelijk blijft, hun krachten bundelen bij de stedelijke en graafschappelijke autoriteiten.

Artikel II.6 :
De Kerk heeft als missie het volk te onderwijzen. Het volk, als deze dat wil, kan naar een klerk stappen.

Artikel II.7 :
De Kerk laat iedereen die het wil toe, door middel van het sacrement van het doopsel, in de aristotelische famillie.

Artikel II.8 :
De Graaf van Holland zal gedoopt moeten zijn, als deze dat niet is zal hij het binnen twee weken na de verkiezingen moeten zijn. Zijn raadsleden, publieke vertegenwoordigers, zijn aangeraden zich te laten dopen en zich te gedragen naar de Aristotelische princiepes.

Artikel II.9 :
Een plaats is toegestaan voor klerken in de stads- en graafschappelijke raad. Zodat deze de rechten van de Kerk kunnen verdedigen, zij zullen zich dan ook enkel in dit domein moeten bezig houden.

Deel III: Van de interne werking van de Kerk in Holland.

Artikel III.1 :
De Aristotelische Kerk is vertegenwoordigt door Zijne Heiligheid de Paus. De Roomse Curie is, na de pontificale heer, de hoogste autoriteit van de Kerk.

Artikel III.2 :
De Kerk in Holland word vertegenwoordigt door het Aartsbisdom Keulen. Dit Metropolitaans Aartsbisdom (die Utrecht onder haar hoede neemt) word geleid door haar Aartsbisschop, gekozen door de leden van de Rooms Germaans Kerkelijk Assemblť. De Aartsbisschop heeft alle macht om wie dan ook te verheffen tot priester of andere post in de kerkelijke taken.

Artikel III.3 :
Het respect van de kerkelijke hiŽrarchie zal door ieder gerespecteerd moeten worden.

Deel IV: Spirituele wetten en de justitie van de Kerk.

Artikel IV.1 :
De Zeer Heilige Inquisitie en de Officialiteiten, geÔnstalleerd op Hollands grondgebied. De attributen van de Zeer Heilige Inquisitie staan in het IVe Boek van het Kanon Recht (nog niet vertaald in het Hollands).

Artikel IV.2 :
De Inquisitie heeft als rol te enqueteren en te vervolgen: ketters, godslasteraars, heksen en sekteleden, bij het volgende verdrag. De Inquisitie zal het recht hebben om de lokale justitie om hulp te vragen indien dit nodig is.

Artikel IV.3 :
Het kanonisch recht van de Rooms-Aristotelische Kerk heeft zijn volle machten zolang de artikelen in dit verdrag niet worden overschreden of tegen spreken. De Kerk zal zich er aan houden een exemplaar van het kanonisch recht te plaatsen in de Kerkelijke bibliotheek.

Artikel IV.4 :
Van de fouten:

- Ketterij houd in het verwerpen van een deel of het gehele dogma.
- Afvalligheid houd een of meerdere verloocheningsdaden van het Aristotelische Geloof in; gepleegt door een gedoopte.
- Iedere preek van andere religieuze ideŽen, verschillend dan de gesproken teksten van de Aartsbisschop zijn strafbaar.
- Iedere schelding tegenover het Aristotelische Geloof of godslasterend parool is verboden op publieke plaatsen (herbergen, stadshallen, etc.).
- Iedere belediging tegenover een Prelaat is strikt verboden. Hoe hoger de positie van de Prelaat in de kerkelijke hiŽrarchie, hoe strenger de straf.
- Iedere verspreiding van een ander geloof op publieke plaatsen is verboden.
- AtheÔsme is een ergere vorm van apologie en is zwaar bestraft.
- Iedere degradatie van kerkelijke plaatsen en/of kerkhoven is strik verboden en zal zwaar bestraft worden door de Inquisitie.
- Hekserij dat de leer van magische kunsten of rituelen inhoud word bestraft, het gedachtenlezen eveneens.
- Meinheid wordt beschouwd als verraad tegenover God door een belofte van een sacrement te verbreken.
- Zich beschouwen als God, Aristoteles of Christos zal zwaar bestrafd worden.



Graaf van Holland Sjnoel de Gilraen; Comte d'Hollande Sjnoel de Gilraen


Voor de Apostolische Kanselarij; Eminentie Aaron de Nagan, Kardinaal-Aartsbisschop van Reims, Aartsdeken van Rome, Burggraaf van Ivry



Monseigneur FrŤre Roger ;Protonataris van de Apostolische Nuntiatuur; Groot Prior van de CisterciŽnzer Orde; Gouden Ster in de Orde van Aristoteles


Citaat :
  • Aangepast op 13 september 1457 door Lara Callisto Tailleur. Op 1, artikel 2 geschrapt.
  • Aangepast op 6 november 1457 door Lara Callisto Tailleur. Op. 1 Art. 2 toegevoegd
  • Aangepast door Lara Callisto Tailleur op 20 mei 1458, Artikel 1 van de oude opus 3 is verplaatst naar opus 1 als artikel 3, Op. 3 vernieuwd
  • Aangepast door Alyssa Ciara Tailleur op 29 mei 1461, Artikel 2 , opus 1, artikel 1 en 2 opus 2, artikel 1, 4 en 5 opus 3 aangepast.

_________________
Admin van het KvdH
Terug naar boven Go down
Lara



Aantal berichten : 4055
Registration date : 25-12-07

Personage-beschrijving
Adelijke rang: Graaf
Spierkracht:
0/0  (0/0)

BerichtOnderwerp: Re: Boek III: Religieuze wetten   zo sep 13, 2009 9:15 pm

Citaat :
De Raad deelt volgende wetswijziging mee;
Citaat :
Volgend Artikel zal worden verwijdert;
Citaat :
Boek III, Opus 1, Artikel 2.

Alleen een Aristotelisch gelovige Graaf kan aan de macht van Holland komen, hij zal gedoopt moeten zijn en in de Kerk geloven.

Memorie van Toelichting;
Citaat :
(ooc) Daar men IG en RP niet geremd mag worden door bepaalde RP standpunten, heeft de Raad besloten dat, vanaf heden, een Graaf/Gravin van Holland wel nog wettelijk erkend zal zijn, ongeacht of hij/zij gedoopt is, ongeacht of hij/zij gelooft in het Aristotelische Geloof. Echter zal dit wel inhouden dat een niet-Aristotelische Graaf/Gravin van Holland kans heeft RP niet erkent te worden door de kerk.

Getekend op 13 september van het Jaar des Herens 1457,


Graaf Colonel van Eckhardt,
Graaf van Holland

Citaat :
De Raad kondigt de volgende wetswijziging aan.

Het betreft een artikel uit Boek III: Religie in het Graafschap Holland

Voorheen hadden we het oude artikel 2 van Opus 1. Deze werd verwijderd daar ze in strijd leek te zijn met de wetten van de Keizer zelf.
Nadat dit betwist werd besloot Graaf Colonel van Eckhardt om het besluit tot de verwijdering van het artikel te bevriezen.


Oud:
Citaat :
Boek III: Opus 1, Artikel 2.

Alleen een Aristotelisch gelovige Graaf kan aan de macht van Holland komen, hij zal gedoopt moeten zijn en in de Kerk geloven.

Nu is er eindelijk duidelijkheid gekomen. Navraag bij de Keizerlijke instituten leerde ons dat een dergelijke wetgeving balanceert op de rand, maar wel wordt toegestaan.
Om meer duidelijkheid te scheppen en eendracht met de Heilige Kerk willen we het desbetreffende artikel vervangen.


Nieuw:
Citaat :
Boek III: Opus 1, Artikel 2.

De Graaf van Holland dient een Aristotelisch gelovige te zijn. Als hij op het moment van de verkiezing nog niet gedoopt is dient hij binnen twee weken na zijn aanstelling gedoopt te worden.

Citaat :
Memorie van Toelichting:

Navraag bij de Keizerlijke instituten heeft uitgewezen dat er van de Graaf verlangd mag worden dat hij gedoopt is. Daarom dat dit verzoek weer terug in de wet wordt geplaatst.
Dit nieuwe artikel geeft echter duidelijker aan wat de procedure is die gevolgd moet worden wanneer er een ongedoopte Graaf word verkozen.
Getekend op 5 November van het Jaar des Herens 1457,



Silvain Nicolas Valentin Hugo de Ligne,
in naam van de raad van Holland.


Citaat :
[rp]Aankondiging

De raad deelt volgende wijziging mee:

Citaat :
Boek III: Religie in het Graafschap Holland.

Op. 1. De Aristotelische Kerk is de officiŽle godsdienst van het Graafschap Holland.

Artikel 1.

De Aristotelische Kerk is de officiŽle godsdienst van het Graafschap Holland. Pogingen om de overige godsdiensten te verspreiden zullen niet getolereerd worden. Iedere burger heeft het recht om zijn eigen religie te kiezen, maar enkel het Aristotelische geloof mag gepropageerd worden.

Artikel 2.

De Graaf van Holland dient een Aristotelisch gelovige te zijn. Als hij op het moment van de verkiezing nog niet gedoopt is dient hij binnen twee weken na zijn aanstelling gedoopt te worden.


Op. 2. De Inquisitie is de justitie van de Kerk.

Artikel 1.

Elk soort van ketterij, schisma of atheÔsme is verboden in Graafschap Holland, elke verspreiding van een soort van ander geloof dat niet behoord tot de registers van de Kerk (AverroÔsme en Spinozisme horen daar niet bij) zullen zwaar bestraft worden door de Heilige Inquisitie.

Artikel 2.

Ketterij wordt erkend als verwerping van het Aristotelische dogma.

Artikel 3.

Schisma is de scheiding van de Kerk met de werkelijke Aristotelische Kerk die de aristotelische waarheid bezit, gift en creatie van God.

Op. 3. Het geloof van het Graafschap is het Aristotelische Geloof.

Artikel 1.

Het graafschap is eigen baas over zijn keuzes, zolang deze maar niet in strijd zijn met het Aristotelische geloof.

Citaat :
Concordaat tussen het Graafschap Holland en de Zeer Heilige Rooms-Aristotelische Kerk.

We hebben ervoor gekozen om het Graafschap Holland en de Aristotelische en Roomse Kerk dichter bij elkaar te brengen, om een sterke vriendschappelijke relatie te kunnen opbouwen, zodat een goede samenwerking kan worden gegarandeerd tegenover het Hollandse volk, zodat deze in vrede kan leven op de Hollandse gronden, en zodat Holland een beter religieus bestaan kan opbouwen samen met alle gelovigen, en diegenen die twijfelen kunnen overtuigen van het geluk en de vriendschap die de aristotelische gemeenschap kan brengen.

Deel I :De rol van de Kerk in de spirituele organisatie van het Graafschap Holland.

Artikel I.1 :
Dit verdrag maakt van het Rooms-Aristotelische Geloof, Universeel en Ondeelbaar, het officiŽle staatsgeloof van het Graafschap Holland. Deze erkend de Rooms-Aristotelische Kerk, Universeel en Ondeelbaar, als enige kerk, en ook bezitter van het Ware Geloof.
Holland erkend het bestaan van de Heilige Stoel en al haar instituten.

Artikel I.2 :
Andere geloven of sekten zijn verboden op Hollandse grond, zonder toestemming.

Artikel I.3 :
Enkel het Aristotelische Geloof mag in het openbaar (hallen, herbergen etc...) verkondigt worden, en heeft het recht om te bekeren.

Artikel I.4 :
Iedere overtreding van een van de artikelen in dit verdrag zal gezien worden als ketterij.

Artikel I.5 :
De hiŽrarchie van de Kerk zal moeten gerespecteerd worden tijdens iedere relatie tussen de Kerk en de tijdelijke machten.

Deel II:De rol van de Kerk in het burgerlijke leven.

Artikel II.1 :
De aristotelische huwelijken zijn de enige geldige huwelijken.

Artikel II.2 :
De Kerk geeft als missie om de aristotelisch gedoopte mensen een laatste rustplaats te geven en ze te begraven volgens het Aristotelische Dogma.

Artikel II.3 :
De Aristotelische Kerk zal haar best doen om in iedere Hollandse parochie een pastoor te hebben zodat de missen kunnen doorgaan. Net als de ceremonieŽn: Dopen, Huwelijken, Begrafenissen, daar tegenover, zal het Graafschap Holland zich in zetten om de Hollandse toekomstige pastoren financieel te ondersteunen, via de banken van Holland.
- Zij zullen een bedrag van 1200 florijnen lenen aan een toekomstig klerk die er dan ook voor kiest om de weg van de Kerk te volgen zodra deze level 3 bereikt. Deze persoon zal vervolgens door de Aartsbisschop benoemd worden tot Patoor. De aanvraag van een lening zal aan de Aartsbisschop gedaan worden die het zelf zal doorgeven aan het Graafschap. De pastoor die een lening heeft afgesloten zal minstens 3 maanden moeten staan in zijn Parochie en de lening terug betalen, als hij het Graafschap verlaat dan zal hij de lening moeten terug betalen met een rente van 10 %.
- Zij zullen de Aartsbisschoppen financieel steunen in hun escortes, maar dan ook enkel met religieuse doeleinden.
- Zij zullen er voor moeten zorgen dat er altijd een escorte van het Hollandse Leger gereed is om de klerken te kunnen beschermen tijdens hun trektochten in het Graafschap.

Artikel I.4 :
De grote religieuze feesten zullen worden gevierd samen met de leden van de Graafschappelijke Raad, zolang dit mogelijk is voor de leden van deze laatste.

Artikel II.5 :
De Kerk heeft als missie het helpen de armen. Haar vertegenwoordigers zullen dus hun best moeten doen om actief present te zijn bij liefdadigheidsacties, en zolang het mogelijk blijft, hun krachten bundelen bij de stedelijke en graafschappelijke autoriteiten.

Artikel II.6 :
De Kerk heeft als missie het volk te onderwijzen. Het volk, als deze dat wil, kan naar een klerk stappen.

Artikel II.7 :
De Kerk laat iedereen die het wil toe, door middel van het sacrement van het doopsel, in de aristotelische famillie.

Artikel II.8 :
De Graaf van Holland zal gedoopt moeten zijn, als deze dat niet is zal hij het binnen twee weken na de verkiezingen moeten zijn. Zijn raadsleden, publieke vertegenwoordigers, zijn aangeraden zich te laten dopen en zich te gedragen naar de Aristotelische princiepes.

Artikel II.9 :
Een plaats is toegestaan voor klerken in de stads- en graafschappelijke raad. Zodat deze de rechten van de Kerk kunnen verdedigen, zij zullen zich dan ook enkel in dit domein moeten bezig houden.

Deel III: Van de interne werking van de Kerk in Holland.

Artikel III.1 :
De Aristotelische Kerk is vertegenwoordigt door Zijne Heiligheid de Paus. De Roomse Curie is, na de pontificale heer, de hoogste autoriteit van de Kerk.

Artikel III.2 :
De Kerk in Holland word vertegenwoordigt door het Aartsbisdom Keulen. Dit Metropolitaans Aartsbisdom (die Utrecht onder haar hoede neemt) word geleid door haar Aartsbisschop, gekozen door de leden van de Rooms Germaans Kerkelijk Assemblť. De Aartsbisschop heeft alle macht om wie dan ook te verheffen tot priester of andere post in de kerkelijke taken.

Artikel III.3 :
Het respect van de kerkelijke hiŽrarchie zal door ieder gerespecteerd moeten worden.

Deel IV: Spirituele wetten en de justitie van de Kerk.

Artikel IV.1 :
De Zeer Heilige Inquisitie en de Officialiteiten, geÔnstalleerd op Hollands grondgebied. De attributen van de Zeer Heilige Inquisitie staan in het IVe Boek van het Kanon Recht (nog niet vertaald in het Hollands).

Artikel IV.2 :
De Inquisitie heeft als rol te enqueteren en te vervolgen: ketters, godslasteraars, heksen en sekteleden, bij het volgende verdrag. De Inquisitie zal het recht hebben om de lokale justitie om hulp te vragen indien dit nodig is.

Artikel IV.3 :
Het kanonisch recht van de Rooms-Aristotelische Kerk heeft zijn volle machten zolang de artikelen in dit verdrag niet worden overschreden of tegen spreken. De Kerk zal zich er aan houden een exemplaar van het kanonisch recht te plaatsen in de Kerkelijke bibliotheek.

Artikel IV.4 :
Van de fouten:

- Ketterij houd in het verwerpen van een deel of het gehele dogma.
- Afvalligheid houd een of meerdere verloocheningsdaden van het Aristotelische Geloof in; gepleegt door een gedoopte.
- Iedere preek van andere religieuze ideŽen, verschillend dan de gesproken teksten van de Aartsbisschop zijn strafbaar.
- Iedere schelding tegenover het Aristotelische Geloof of godslasterend parool is verboden op publieke plaatsen (herbergen, stadshallen, etc.).
- Iedere belediging tegenover een Prelaat is strikt verboden. Hoe hoger de positie van de Prelaat in de kerkelijke hiŽrarchie, hoe strenger de straf.
- Iedere verspreiding van een ander geloof op publieke plaatsen is verboden.
- AtheÔsme is een ergere vorm van apologie en is zwaar bestraft.
- Iedere degradatie van kerkelijke plaatsen en/of kerkhoven is strik verboden en zal zwaar bestraft worden door de Inquisitie.
- Hekserij dat de leer van magische kunsten of rituelen inhoud word bestraft, het gedachtenlezen eveneens.
- Meinheid wordt beschouwd als verraad tegenover God door een belofte van een sacrement te verbreken.
- Zich beschouwen als God, Aristoteles of Christos zal zwaar bestrafd worden.



Graaf van Holland Sjnoel de Gilraen; Comte d'Hollande Sjnoel de Gilraen


Voor de Apostolische Kanselarij; Eminentie Aaron de Nagan, Kardinaal-Aartsbisschop van Reims, Aartsdeken van Rome, Burggraaf van Ivry



Monseigneur FrŤre Roger ;Protonataris van de Apostolische Nuntiatuur; Groot Prior van de CisterciŽnzer Orde; Gouden Ster in de Orde van Aristoteles


Nieuwe wet:

Citaat :
Boek III: Wet Religie

Opus 1: OfficiŽle godsdienst

Artikel 1.

    De Aristotelische Kerk is de officiŽle godsdienst van het Graafschap Holland. Pogingen om de overige godsdiensten te verspreiden zullen niet getolereerd worden. Iedere burger heeft het recht om zijn eigen religie te kiezen, maar enkel het Aristotelische geloof mag gepropageerd worden.

Artikel 2.

    De Graaf van Holland dient een Aristotelisch gelovige te zijn. Als hij op het moment van de verkiezing nog niet gedoopt is dient hij binnen twee weken na zijn aanstelling gedoopt te worden.

Artikel 3.

    Het graafschap is eigen baas over zijn keuzes, zolang deze maar niet in strijd zijn met het Aristotelische geloof.

Opus 2: De Inquisitie is de justitie van de Kerk

Artikel 1.

    Elk soort van ketterij, schisma of atheÔsme is verboden in Graafschap Holland, elke verspreiding van een soort van ander geloof dat niet behoord tot de registers van de Kerk (AverroÔsme en Spinozisme horen daar niet bij) zullen zwaar bestraft worden door de Heilige Inquisitie.

Artikel 2.

    Ketterij wordt erkend als verwerping van het Aristotelische dogma.

Artikel 3.

    Schisma is de scheiding van de Kerk met de werkelijke Aristotelische Kerk die de aristotelische waarheid bezit, gift en creatie van God.

Opus 3: Gratieverzoeken voor gelovige

Artikel 1.

    Men kan, wanneer men een gelovige is (lees: gedoopt is), de mogelijkheid krijgen een gratieverzoek bij de Aartsbisschop in te dienen. Dit verzoek strekt ertoe dat de gelovige de Aartsbisschop vraagt in zijn naam een gratieverzoek in te dienen bij de Graaf van Holland.

Artikel 2.

    De Aartsbisschop is vrij dit verzoek te honoreren of te verwerpen naar gelang zijn eigen overwegingen.

Artikel 3.

    Wanneer de Aartsbisschop het verzoek honoreert zal hij een brief schrijven aan de Graaf van Holland met daarin het verzoek tot gratie van de gelovige.

Artikel 4.

    Het eindoordeel, het goed of afkeuren van het gratieverzoek, ligt bij de Graaf van Holland.

Artikel 5.

    Wanneer de Aartsbisschop een gratieverzoek verwerpt staat het de gelovige vrij om zelf een gratieverzoek in te dienen bij de Graaf van Holland zoals vernoemd in de grondwet opus 6 artikel 5.

Artikel 6.

    Wanneer een gelovige te horen krijgt dat de Aartsbisschop hem zal vertegenwoordigen, mag deze niet nog eens een eigen gratieverzoek indienen.

Artikel 7.

    Zij die niet gedoopt zijn kunnen echter ook gebruik maken van bovengenoemde optie echter zal de Aartsbisschop in dit geval eerst aan de ongedoopte de eisen kunnen neerleggen van het ondergaan van het heilige sacrament of het werkelijk berouw tonen van de daden.

Citaat :
Concordaat tussen het Graafschap Holland en de Zeer Heilige Rooms-Aristotelische Kerk.

We hebben ervoor gekozen om het Graafschap Holland en de Aristotelische en Roomse Kerk dichter bij elkaar te brengen, om een sterke vriendschappelijke relatie te kunnen opbouwen, zodat een goede samenwerking kan worden gegarandeerd tegenover het Hollandse volk, zodat deze in vrede kan leven op de Hollandse gronden, en zodat Holland een beter religieus bestaan kan opbouwen samen met alle gelovigen, en diegenen die twijfelen kunnen overtuigen van het geluk en de vriendschap die de aristotelische gemeenschap kan brengen.

Deel I :De rol van de Kerk in de spirituele organisatie van het Graafschap Holland.

Artikel I.1 :
Dit verdrag maakt van het Rooms-Aristotelische Geloof, Universeel en Ondeelbaar, het officiŽle staatsgeloof van het Graafschap Holland. Deze erkend de Rooms-Aristotelische Kerk, Universeel en Ondeelbaar, als enige kerk, en ook bezitter van het Ware Geloof.
Holland erkend het bestaan van de Heilige Stoel en al haar instituten.

Artikel I.2 :
Andere geloven of sekten zijn verboden op Hollandse grond, zonder toestemming.

Artikel I.3 :
Enkel het Aristotelische Geloof mag in het openbaar (hallen, herbergen etc...) verkondigt worden, en heeft het recht om te bekeren.

Artikel I.4 :
Iedere overtreding van een van de artikelen in dit verdrag zal gezien worden als ketterij.

Artikel I.5 :
De hiŽrarchie van de Kerk zal moeten gerespecteerd worden tijdens iedere relatie tussen de Kerk en de tijdelijke machten.

Deel II:De rol van de Kerk in het burgerlijke leven.

Artikel II.1 :
De aristotelische huwelijken zijn de enige geldige huwelijken.

Artikel II.2 :
De Kerk geeft als missie om de aristotelisch gedoopte mensen een laatste rustplaats te geven en ze te begraven volgens het Aristotelische Dogma.

Artikel II.3 :
De Aristotelische Kerk zal haar best doen om in iedere Hollandse parochie een pastoor te hebben zodat de missen kunnen doorgaan. Net als de ceremonieŽn: Dopen, Huwelijken, Begrafenissen, daar tegenover, zal het Graafschap Holland zich in zetten om de Hollandse toekomstige pastoren financieel te ondersteunen, via de banken van Holland.
- Zij zullen een bedrag van 1200 florijnen lenen aan een toekomstig klerk die er dan ook voor kiest om de weg van de Kerk te volgen zodra deze level 3 bereikt. Deze persoon zal vervolgens door de Aartsbisschop benoemd worden tot Patoor. De aanvraag van een lening zal aan de Aartsbisschop gedaan worden die het zelf zal doorgeven aan het Graafschap. De pastoor die een lening heeft afgesloten zal minstens 3 maanden moeten staan in zijn Parochie en de lening terug betalen, als hij het Graafschap verlaat dan zal hij de lening moeten terug betalen met een rente van 10 %.
- Zij zullen de Aartsbisschoppen financieel steunen in hun escortes, maar dan ook enkel met religieuse doeleinden.
- Zij zullen er voor moeten zorgen dat er altijd een escorte van het Hollandse Leger gereed is om de klerken te kunnen beschermen tijdens hun trektochten in het Graafschap.

Artikel I.4 :
De grote religieuze feesten zullen worden gevierd samen met de leden van de Graafschappelijke Raad, zolang dit mogelijk is voor de leden van deze laatste.

Artikel II.5 :
De Kerk heeft als missie het helpen de armen. Haar vertegenwoordigers zullen dus hun best moeten doen om actief present te zijn bij liefdadigheidsacties, en zolang het mogelijk blijft, hun krachten bundelen bij de stedelijke en graafschappelijke autoriteiten.

Artikel II.6 :
De Kerk heeft als missie het volk te onderwijzen. Het volk, als deze dat wil, kan naar een klerk stappen.

Artikel II.7 :
De Kerk laat iedereen die het wil toe, door middel van het sacrement van het doopsel, in de aristotelische famillie.

Artikel II.8 :
De Graaf van Holland zal gedoopt moeten zijn, als deze dat niet is zal hij het binnen twee weken na de verkiezingen moeten zijn. Zijn raadsleden, publieke vertegenwoordigers, zijn aangeraden zich te laten dopen en zich te gedragen naar de Aristotelische princiepes.

Artikel II.9 :
Een plaats is toegestaan voor klerken in de stads- en graafschappelijke raad. Zodat deze de rechten van de Kerk kunnen verdedigen, zij zullen zich dan ook enkel in dit domein moeten bezig houden.

Deel III: Van de interne werking van de Kerk in Holland.

Artikel III.1 :
De Aristotelische Kerk is vertegenwoordigt door Zijne Heiligheid de Paus. De Roomse Curie is, na de pontificale heer, de hoogste autoriteit van de Kerk.

Artikel III.2 :
De Kerk in Holland word vertegenwoordigt door het Aartsbisdom Keulen. Dit Metropolitaans Aartsbisdom (die Utrecht onder haar hoede neemt) word geleid door haar Aartsbisschop, gekozen door de leden van de Rooms Germaans Kerkelijk Assemblť. De Aartsbisschop heeft alle macht om wie dan ook te verheffen tot priester of andere post in de kerkelijke taken.

Artikel III.3 :
Het respect van de kerkelijke hiŽrarchie zal door ieder gerespecteerd moeten worden.

Deel IV: Spirituele wetten en de justitie van de Kerk.

Artikel IV.1 :
De Zeer Heilige Inquisitie en de Officialiteiten, geÔnstalleerd op Hollands grondgebied. De attributen van de Zeer Heilige Inquisitie staan in het IVe Boek van het Kanon Recht (nog niet vertaald in het Hollands).

Artikel IV.2 :
De Inquisitie heeft als rol te enqueteren en te vervolgen: ketters, godslasteraars, heksen en sekteleden, bij het volgende verdrag. De Inquisitie zal het recht hebben om de lokale justitie om hulp te vragen indien dit nodig is.

Artikel IV.3 :
Het kanonisch recht van de Rooms-Aristotelische Kerk heeft zijn volle machten zolang de artikelen in dit verdrag niet worden overschreden of tegen spreken. De Kerk zal zich er aan houden een exemplaar van het kanonisch recht te plaatsen in de Kerkelijke bibliotheek.

Artikel IV.4 :
Van de fouten:

- Ketterij houd in het verwerpen van een deel of het gehele dogma.
- Afvalligheid houd een of meerdere verloocheningsdaden van het Aristotelische Geloof in; gepleegt door een gedoopte.
- Iedere preek van andere religieuze ideŽen, verschillend dan de gesproken teksten van de Aartsbisschop zijn strafbaar.
- Iedere schelding tegenover het Aristotelische Geloof of godslasterend parool is verboden op publieke plaatsen (herbergen, stadshallen, etc.).
- Iedere belediging tegenover een Prelaat is strikt verboden. Hoe hoger de positie van de Prelaat in de kerkelijke hiŽrarchie, hoe strenger de straf.
- Iedere verspreiding van een ander geloof op publieke plaatsen is verboden.
- AtheÔsme is een ergere vorm van apologie en is zwaar bestraft.
- Iedere degradatie van kerkelijke plaatsen en/of kerkhoven is strik verboden en zal zwaar bestraft worden door de Inquisitie.
- Hekserij dat de leer van magische kunsten of rituelen inhoud word bestraft, het gedachtenlezen eveneens.
- Meinheid wordt beschouwd als verraad tegenover God door een belofte van een sacrement te verbreken.
- Zich beschouwen als God, Aristoteles of Christos zal zwaar bestrafd worden.



Graaf van Holland Sjnoel de Gilraen; Comte d'Hollande Sjnoel de Gilraen


Voor de Apostolische Kanselarij; Eminentie Aaron de Nagan, Kardinaal-Aartsbisschop van Reims, Aartsdeken van Rome, Burggraaf van Ivry



Monseigneur FrŤre Roger ;Protonataris van de Apostolische Nuntiatuur; Groot Prior van de CisterciŽnzer Orde; Gouden Ster in de Orde van Aristoteles


Citaat :
Memorie van toelichting
Artikel 1 van de oude opus 3 is verplaatst naar opus 1 als artikel 3.
Hier komt het meer tot zijn recht.
Er is een nieuw opus 3 bijgekomen over het verzoek van gratie door een geestelijke.
Opmaak is hier en daar ook aangepast.

Getekend op 18 mei van het Jaar des Herens 1458,



Alyssa Ciara Connor de Mťrode, Gravin van Holland[/rp]
Terug naar boven Go down
 
Boek III: Religieuze wetten
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Het Kasteel van Den Haag :: Zuidoostelijke vleugel : Hollands Justitiepaleis :: Wetten van Holland-
Ga naar: