Het Kasteel van Den Haag

Het centrum voor de administratie van het Graafschap Holland (hoort bij het spel Koninkrijken der Renaissance)
Officiële site van het spel : www.dekoninkrijken.com
 
IndexFAQZoekenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Statuten der Keizerlijke Heraldiek

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Sybilla



Vrouw Aantal berichten: 606
Woonplaats: Alençon
Registration date: 08-08-09

Personage-beschrijving
Adelijke rang: Graaf
Spierkracht:
102/255  (102/255)

BerichtOnderwerp: Statuten der Keizerlijke Heraldiek   vr dec 04, 2009 7:42 pm

Citaat:
Juridische Statuten der Keizerlijke Heraldiek

Preambule (NRP)

Deze huidige statuten komen niet echt overeen met de reële heraldiek van de middeleeuwen of de renaissance gezien het feit dat er verscheidene aanpassing zijn gedaan op de geschiedenis om het spel leuk en speelbaar te maken. In feite moeten deze statuten, die bedoeld zijn om de adel in het spel te regelen en in te kaderen, met de zelfde instelling bekeken worden: een adellijke titel is in principe een beloning die niets extra toevoegt aan het spel en geen enkel gecodeerd voordeel schenkt. Het is vaak een beloning voor enkele goede diensten die op zich geen betrekking hebben op het spel, het is een RP beloning. Bijgevolg moet men deze adel bekijken als een RP adel, met alleen RP wisselwerkingen. Het IG (in-game) gedeelte kan een invloed hebben op de RP (en vice versa), maar dat moet in geen enkel opzicht een verplichting zijn, want dat is de basis van wat de producenten van de Koninkrijken wilden, de basis van het spel is wat er IG gebeurt.

Op dezelfde manier is de Keizerlijke heraldiek geen register van titels die men op de bank zet en er kan afhalen wanneer men het wil, zonder het risico deze te verliezen. Wij staan garant voor deze adel, niet de titels, en daarin moet men weten hoe het spel te spelen. Wij zijn er bijvoorbeeld niet om te oordelen over de geldigheid van RP schijndoden die 6 maanden later terugkeren en doen alsof er niks aan de hand was. Wij zijn daar om ervoor te zorgen dat een maximaal aantal mensen kunnen profiteren van RP rond de adel, in een kader dat rechtvaardig is voor iedereen.

Het doel van het spel is dat iedereen zich amuseert en zijn plaats vindt, of op zijn minst een zo groot mogelijk aantal mensen. Bedankt voor uw begrip tegenover alle compromisfeiten, die afwijken van de geschiedenis, en vergeet niet dat het slechts over een spel gaat.

I - Over vazallen

1/ Het principe

Het vazalschap is de afhankelijkssituatie van een vrij man (in tegenstelling tot een slaaf of gevangene) jegens een ander door een plechtigheid die de leenhulde genoemd wordt. In deze relatie die hiermee de twee personen bindt, zal de eerste vazal of leenman of –vrouwe en de tweede leenheer genoemd worden. Tijdens de huldeplechtigheid kent de leenheer aan zijn vazal bescherming, rechtvaardigheid en levensonderhoud toe. Hij kent hen levensonderhoud toe door een leengoed toe te kennen aan hen en hun nakomelingen, of door reeds toegekende leengoederen niet terug te trekken. Dit leengoed wordt voorgesteld door een handschoen, een ring, een strohalm, een klomp aarde of ieder ander object eigen aan het leengoed en wordt door de leenheer aangeboden aan zijn vazal.

De hulde kan ook “en marche” zijn, wanneer twee gelijkwaardige edelen, bijvoorbeeld twee prinsen, zich naar het uiterste van hun grondgebied begeven zodat de één aan de ander hulde brengen kan. Deze hulde heeft niets bindend.

2/ Over de geldigheid

Zulke relatie is slechts mogelijk door een duidelijke adelbrief van de leenheer, gevolgd door een leenhuldeplechtigheid. Tijdens deze plechtigheid zweert de vazal trouw (obsequium), hulp, militaire hulp (auxilium) en advies (consilium) aan zijn leenheer.

Deze plechtigheid mag publiekelijk of privé gebeuren, maar moet verplicht bijgewoond worden door een bevoegde heraut. Deze zal een duidelijk patent van adelbenoeming, vergezeld van een attest van aanwezigheid tijdens de plechtigheid registreren in de registers van de bevoegde heraldiek van het Sacrum Romanorum Imperium Nationis Germanicae. Zij is verzegeld door de vredeskus en geldt als contract. Zij moet afgelegd worden binnen de dertig dagen na de benoeming van een nieuwe adelman, ongeacht zijn titel.
De vazal mag, als hij dat wenst, trouw zweren aan het leengoed, aan de provincie, aan het Koninkrijk of aan het Keizerrijk van zijn leenheer. Hij zweert aldus het recht te dienen van de mensen die er leven, maar aangezien dat slechts een zuivere vorm van uitdrukking is, wordt altijd in rekening gebracht dat het een hulde is die wordt gedaan jegens de leenheer.

3/ Over de verplichtingen en taken van een vazal

De vazal moet dus de eed respecteren die hij gezworen heeft tijdens de huldeplechtigheid: trouw, militaire hulp, advies. Deze voornaamste verplichtingen zijn:

  • dat hij zijn leenheer, zijn familie en de zijnen geen schade berokkenen mag,
  • dat hij financiële steun aan zijn leenheer moet brengen wanneer deze in oorlog verkeert, als zijn oudste dochter trouwt, als zijn oudste zoon wordt gehuldigd of als er losgeld wordt gevraagd,
  • dat hij zijn leenheer moet beschermen in geval van een aanval,
  • dat hij zijn leenheer moet beschermen tijdens verplaatsingen,
  • dat hij militaire steun moet leveren aan zijn leenheer als deze in oorlog verkeert,
  • dat hij aanwezig moet zijn tijdens feodale vergaderingen van zijn leenheer en tijdens liturgische feesten die hij organiseert.


In ruil zal de leenheer aan zijn vazal bescherming tegen de vijanden, gerechtigheid en totaal vruchtgebruik van een leengoed en betreffende adellijke titel verlenen.

4/ Over feodale contracten

De loyaliteit is een eed van trouw die gezworen werd aan een provincie of een instelling.
De hulde is een eed van trouw die gezworen werd aan een persoon. Het is mogelijk om hulde te brengen aan verschillende personen, hierbij speelt de anterioriteit en de hiërarchie van de verplichtingen (oorlog is bijvoorbeeld belangrijker dan de bruidsschat) een grote rol in geval van conflict.
Een leenhulde is een feodale hulde die voorrang heeft op de andere. Het is mogelijk leenhulde te brengen aan verschillende personen, waarbij de anterioriteit en de hiërarchie van de verplichtingen belangrijker zijn in geval van conflict.

II - Over de adel in het Sacrum Romanorum Imperium Nationis Germanicae

1/ Over de Keizerlijke adellijke titels

De Keizerlijke adellijke titels zijn als volgt, in orde van hiërarchie:

  • Keizer,
  • De Hoge Adel, die bestaat uit:
    • Koning (aangesteld door de Keizer, zeldzaam),
    • Prins (aangesteld door de Keizer, zeldzaam),
    • Groothertog (aangesteld door de Keizer, zeldzaam),
    • Markies (aangesteld door de Keizer, zeldzaam),
    • Hertog (verkozen),
    • Graaf (verkozen),

  • De Lage Adel, die bestaat uit:
    • Burggraaf (verheven door een Hertog of Graaf),
    • Baron (verheven door een Hertog of Graaf),
    • Ridder (onderscheiden door de Grootmeester van een keizerlijk erkende ridderorde),

  • De Kleine Adel die enkel bestaat uit de titel van Heer (verheven door een titeldrager gelijk aan of hoger dan Baron).


2/ Al-Lopas adel

De "Al-Lopas" adel wordt niet erkend door de bevoegde heraldieken van het Sacrum Romanorum Imperium Nationis Germanicae en is door zijn natuur slechts tijdelijk. Hierdoor mogen zij geen aanspraak maken op een leengoed. Zij zullen daarom niet worden beschouwd als een lid van de adel door wie dan ook.


3/ Over de buitenlandse adellijke titels

Buitenlandse adellijke titels, beheerd door een heraldiek die wordt erkend door de bevoegde heraldieken in het Sacrum Romanorum Imperium Nationis Germanicae worden de facto erkend in het Sacrum Romanorum Imperium Nationis Germanicae. Elke andere titel die gebruikt of gedragen wordt zal als vals worden aanzien (als de titel niet bestaat) of als toegeëigend (als de titel niet werd verkregen door deze persoon), en deze persoon zal vervolgd worden door de Keizerlijke justitie of de provinciale justitie.
De vreemde titels, met andere woorden zogezegd toegekend door een buitenlandse vorst, maar in feite zelf verzonnen door de drager, zijn strikt verboden zonder akkoord van de Keizer.
De heraldieken die worden erkend door de bevoegde heraldieken van het Sacrum Romanorum Imperium Nationis Germanicae zijn de volgende:
  • Alle officiële niet-franstalige herauderieën (van bestaande provincies of Koninkrijken IG) van het Sacrum Romanorum Imperium Nationis Germanicae,
  • De heraldiek der klerken van de Aristotelische Kerk, waartoe ook alle orden en ridders in haar naam horen die trouw gezworen hebben aan de Paus van deze Kerk,
  • De Koninklijke herauderie van het Koninkrijk Frankrijk.


Deze wederzijdse erkenning houdt een onderlinge samenwerking in voor voortzetting van de heraldische orde.

III - Over de adelbenoemingen

1/ Over de keuze van toe te kennen gronden

Deze gronden moeten een bestaande plaatsnaam uit onze XVde eeuw zijn. Om verwarring te vermijden is het verboden een stad of provincie te kiezen die open is voor vrije intrek (NRP steden in het spel). Als een stad opent na de toewijzing van een leengoed, zal de drager van deze titel het moeten veranderen.

De Hertog of Graaf in functie die mensen in de adelstand verheft, zal dus een grond moeten kiezen die zich in de provincie bevindt waarvan hij Graaf of Hertog is. Hij moet er zeker van zijn dat de grond nog niet werd ingenomen.

Bij de bevoegde heraldieken van het Sacrum Romanorum Imperium Nationis Germanicæ ligt een lijst van mogelijke leengoederen die kunnen uitgedeeld worden. Het leengoed moet gekozen worden uit deze lijsten of hierbuiten indien men de toestemming heeft van de bevoegde heraldieken van het Sacrum Romanorum Imperium Nationis Germanicæ.

In geval van correctie op het dragen van leengoederen zal de historische erfenis (NRP: de historiciteit) primeren, zonder een edelman te beroven die al gebruik maakt van het vruchtgebruik van dit leengoed. Deze zal dan voorgesteld worden een gelijkwaardig leengoed ter vervanging te ontvangen.


2/ Over de Keizer

De Keizer van het Sacrum Romanorum Imperium Nationis Germanicae is Keizer door het goddelijk recht. Hij alleen is in staat een opvolger aan te stellen. Als de aanduiding in gebreke valt, wordt de meest strikte keizerlijke heraldische wet inzake erfenis toegepast.
De Keizer is de enige die bevoorrecht is betreffende elke hier vermelde keizerlijke heraldische wet, aangezien hij het Keizerrijk is. Hij kan bovendien tot de adel verheffen wie hij verlangt in de rang die hij verlangt.

3/ De Keizerlijke Adel

3.1 Pensioenleengoederen.

Een Hertog of Graaf die aan volgende conditites voldaan heeft, heeft recht op een pensioenleengoed:

  • in functie (wat dus de Graven en Hertogen "met pensioen" uitsluit),
  • wetmatig verkozen zijn vlak na de verkiezing van een nieuwe raad (waardoor zij die hun post bekomen hebben door een opstand, door de afzetting van hun voorganger, uitsluit),
  • die alle taken aan hun keizer en de adel van hun Graafschap/Hertogdom hebben verricht,
  • die trouw gezworen hebben aan de Keizer,

om trouw te zweren aan de keizer gaat men naar "L'Assemblée des Hérauts du Saint Empire" en vervolgens naar "[RP] Allégeance des Comtes et Ducs envers leur Empereur" (HIER).

De duur van een regeerperiode:

  • meer dan 30 dagen en minder dan 43, wordt beloond met een Baronie.
  • meer of gelijk aan 43 dagen, krijgt men een Burggraafschap.
  • na 43 dagen in een tweede regeerperiode zal het landgoed verhoogd worden naar een Graafschap/Hertogdom.

In het geval van een legitiem regentschap, namelijk de erkenning van de raad na een ontslag, het overlijden of een nominatie door de keizer, heeft de regent recht op de hierboven vernoemde pensioenleengoederen.

De Graven of Hertogen die meermaals verkozen werden in hetzelfde Graafschap of Hertogdom mogen geen aanspraak doen op meer dan een pensioenleengoed op het einde van hun mandaten in die provincie. Het landgoed zal verhoogd worden volgens voorgaande regels. Ze mogen echter wel een tweede pensioenleengoed kiezen indien ze in een andere provincie verkozen werden.

De burggraaf op rust zal dezelfde rang hebben als diegene die het door erfenis of beloning hebben ontvangen. Hij zal vazal zijn van de provincie terwijl de graafschappen direct afhangen van de Keizer.

3.2 Leengoederen door verdienste

Aan het einde van zijn termijn heeft een hertog, graaf of legitieme regent die ten minste drieënveertig dagen heeft geregeerd, het recht om maximum drie mensen in zijn provincie tot adel te benoemen. Om het verdienstelijk karakter van de adel te vrijwaren, wordt er gevraagd aan de Graven en Hertogen om de benoemingen te rechtvaardigen tegenover het Heraldisch College door aan dit College de belangrijkste verdiensten en/of wapenfeiten van de toekomstige edelman mee te delen. Dit door middel van een brief die het volgende bevat:
  • de duur van het engagement in de raad,
  • een gedetailleerde lijst van acties door de toekomstige edelman, en bewijzen dat deze nog nooit op een andere manier is beloond voor dezelfde redenen.


De benoemingen zullen als volgt plaatsvinden:

  • verhoging van de beloonde persoon tot de rang van Heer en het belonen met een landgoed.
  • verhoging van de beloonde heer naar de rang van baron
  • verhoging van de beloonde baron naar de rang van burggraaf.

Om beloond te kunnen worden tot Heer moeten de personen ten minste 4 maanden een verantwoordelijke positie hebben bekleed; voor baron moet dit minstens 8 maanden zijn en voor de rang van burggraaf moeten de personen minstens 12 maanden een belangrijke post bekleden.

In het geval dat de kandidaat edele niet aan het aantal benodigde maanden komt, heeft de Keizerlijke wapenmaarschalk het recht van de benoeming te valideren of te verwerpen, na het consulteren van het keizerlijke heraldische college. De beslissing van de keizerlijke Wapenmaarschalk zal gebaseerd zijn op de door de Graaf/Hertog gestuurde brief net als op het advies van de herauten die leven in de provincie van de kandidaat edele.

3.3 Heerlijkheden door vazaliteit.

Een Heerlijkheid door Vazaliteit is een leengoed dat een edele van de rang Baron of hoger in vruchtgebruik geeft aan diegene die zal accepteren zijn vazal te worden. De nieuwe Heer zal leengoed, titel, ornement, wapens en blazoen van genoemd leengoed overhandigd krijgen.
De redenen voor het verlenen van een leengoed door een edelman liggen geheel bij hem. Heer is dus de enige adellijke titel die men kan krijgen zonder verdienstelijk te zijn. Maar het gaat over een feodale band zoals alle andere, de leenheer is dus verantwoordelijk voor de daden van zijn vazal, aldus raden wij aan zulke toekenning enkel te geven voor reden van erkenning van de familie, aan de kinderen of door opvallende daden (een lange vriendschap, goede hulp, bijstaan, vertrouwen enz...).
De Heerlijkheid moet historisch en geografisch deel uitmaken van het oorspronkelijke leengoed.
Een edele van het Sacrum Romanorum Imperium Nationis Germanicae mag een Heerlijkheid verlenen volgens deze grenzen:

  • Baron: 2 benoemde Heren,
  • Burggraaf: 3 benoemde Heren,
  • Hertog en Graaf: 4 benoemde Heren,
  • Markies: 5 benoemde Heren,
  • Aartshertog: 6 benoemde Heren,
  • Prins: 7 benoemde Heren,
  • Koning: 10 benoemde Heren.


3.4 Leengoederen door erfenis

Zie artikel VI.2 van de Juridische Statuten der Keizerlijke Heraldiek.

3.5 Cumulatie

Een enkel landgoed van hetzelfde type (pensioen, verdienste, vazalliteit) in eenzelfde provincie is toegestaan. De cumulatie is mogelijk voor erfelijke leengoederen.

4/ Over de territoria verleend aan een rechtspersoon

Een Hertog of Graaf in functie kan een leengoed van zijn provincie verlenen aan een rechtspersoon, in het kader van een verdrag of concordaat. Deze rechtspersoon heeft dus de zelfde feodale plichten dan indien het een fysieke persoon zou zijn, in de mate van zijn andere plichten en loyaliteiten.
Deze rechtspersoon kan een fysiek persoon uitroepen die verbonden is als rentmeester van het leengoed waarover sprake, en enkel deze persoon mag het wapen van het leengoed als het zijne dragen.
Deze rechtspersonen kunnen zijn:
  • Een keizerlijke ridderorde erkend door het Sacrum Romanorum Imperium Nationis Germanicae,
  • Een ridderorde erkend door de Hertog of Graaf van de provincie van het leengoed
  • Een militair-religieuze ridderorde erkend door de Aristotelische Kerk,
  • Een provincie van gelijk welke natie die geen vijand is van het Sacrum Romanorum Imperium Nationis Germanicae is.


5/ Over het regentschap

Indien een Hertog of Graaf in functie zich in de onmogelijkheid bevindt om te regeren, zal hij door de regering van zijn provincie vervangen worden door een regent.

Een regent mag aangesteld worden om een Hertog of Graaf in functie te vervangen van zodra deze zich in de onmogelijkheid bevindt te regeren vanaf een periode van 10 dagen (IG afwezigheid bijvoorbeeld).

Van zodra de voorgenoemde regent, gekozen door de meerderheid van de raad en voorgesteld op schriftelijke aanvraag aan de Keizer, moet deze trouw zweren aan Zijne Majesteit de Keizer en heeft hij exact dezelfde rechten en plichten als de Hertog of Graaf in functie die hij vervangt zonder deze titel te mogen dragen.

IV - Het dragen van een titel en blazoen

1/ Het dragen van een titel en blazoen

Hier wordt herhaald dat er geen verschil wordt gemaakt tussen man of vrouw.
Ieder blazoen moet gedragen worden volgens de strikte regels gedefinieerd in bijlage van dit document (hier).

2/ Over de opeenhoping van titels

Een edelman die meerdere titels bevat zal ze moeten klasseren van de hoogste naar de kleinste. (Hertog van Huppel, Graaf van Depup, Burggraaf van Happel, Baron van Depap).

3/ Het misdrijf van de valse titel

Het dragen van een valse titel wordt berecht door het klassieke recht van elke provincie of door het bevoegde Keizerlijke gerecht. Het is een "keizerlijk" delict want het verbod is geldig in elke provincie. Het door een onbevoegd persoon dragen van ornementen horende bij precieze titel hoort eveneens bij dit misdrijf (kroon, mantels, ornementen…). Het is wel toegestaan voor elke burger om een blazoen te hebben en te zeggen dat hij van adellijke afkomst is zolang hij/zij daar geen valse titel aan plakt.

Een burger mag een blazoen van een stad of provincie omringd door torens dragen zolang er maar bij wordt vermeld: "Blazoen van stad...." of "Blazoen van provincie....".

Een misdrijf van valse titel kan verschillende vormen aannemen:
  • in de handtekening (NRP: naam, zegel of de banner van een publiekelijk zichtbaar forum)
  • door een publieke handeling (NRP: forum handtekening voor een foruminterventie, Allopas titel voor IG)
  • door een voorstelling (NRP: wanneer iemand zich aldus voorstelt in een RP, of op de RP fiche die dan als “gerucht” wordt aanzien)


Een register van gezochte personen voor zulke delicten zal bijgehouden worden en is publiekelijk leesbaar bij de raad van Keizerlijke herauten.

4/ Over de blazoenen

Behalve het blazoen van een stad of provincie, zoals hierboven duidelijk omschreven, wordt het dragen van slechts één blazoen per persoon toegestaan.
De edelen kunnen hun blazoen onderverdelen (volgens gelijk welk type verdeling) om de wapens van hun leengoederen samen te voegen met hun familiewapens, zolang er wel een zekere vorm van eenvoud behouden blijft om makkelijk de betekenissen van de schilden te kunnen achterhalen. Het ordenen moet gebeuren volgens belangrijkheid van het leengoed, en eventueel beëindigd worden door het familiewapen, dit laatste kan ook in het hartschild worden gedragen.
Hertogen en Graven in functie moeten het provinciaal blazoen van de provincie in zijn oorspronkelijke staat dragen gedurende het hele mandaat. Hij mag er dus niets aan toevoegen of aan verwijderen.

Als een edelman of echtpaar meerdere rangen bezit, zal de kroon met de hoogste waarde gedragen worden. Als er een gelijke waarde is tussen de rangen, maar een andere afkomst (Koninkrijk Engeland en het Roomse Rijk bijvoorbeeld), waar beiden een andere kronen hebben, ligt de keuze van de kroon aan de drager. Laten wij herhalen door te zeggen dat alleen edellieden en Ridders ornementen en dus ook kronen mogen dragen. En zij mogen er slechts 1 dragen, namelijk die voor de hoogste rang.

De Ridders van de keirzelijk erkende Ordes dragen een teken van deze Orde, bvb een ketting of een insigne als deze bestaat. Ze dragen eveneens een oud blazoen (met een punt), in tegenstelling tot de "normale" edellieden die een modern blazoen dragen (een rechthoekige). Keizerlijke ridders dragen ook een oud schild.

Tenzij historische studies het tegenspreken, mag een blazoen van een stad geen kroon dragen, en wordt het omringd door 4 torens in geval van een stad, en 5 torens in geval van een hoofdstad.

5/ Over de ornementen rondom het blazoen

Ieder ornement rondom het blazoen is onderhevig aan de validatie en de registratie door bevoegde heraldieken in het Sacrum Romanorum Imperium Nationis Germanicae.
Wat betreft de mantels en perrons, deze symbolen mogen enkel gebruikt worden, na toestemming van de Keizerlijk Wapenmaarschalk, of van de Keizer in eigen persoon. De Keizerlijke Hoogwaardigheidsbekleders moeten een hermelijnenmantel dragen. Ze dragen de gouden mantel na hun mandaat als hoofd van een Keizerlijke instelling als ze meer dan twee maanden aan het hoofd van voorgenoemde instelling stonden en zich niet herverkiesbaar hebben gesteld. Als dit niet gebeurt, zullen er zware straffen volgen, zoals het wegnemen van de titel of landerijen.

De schilddragers zoals dieren, figuren of objecten die het blazoen vasthouden moeten coherent, homogeen en passend zijn. Zo is het bijvoorbeeld ongepast dat een edelman van het koninkrijk Frankrijk adelaars gebruikt, normaliter een symbool dat veel wordt gebruikt door oost- en centraal-Europese monarchen. Deze ornementen, overeenkomend met een vorm van prestige, zijn dus voorbehouden aan de edelmannen met de hoogste titels, m.a.w. Prinsen, Hertogen, Graven en sommige hooggeplaatste ambtenaren van het Keizerrijk.

Een ketting rond een blazoen bestaat uit een juweel en zijn hanger. De associatie van beide delen moet uniek zijn.

De kerkelijke ornementen behoren toe aan de heraldiek der klerken.

V - Over het vazalschap en het vergrijp tegen de adel

1/ Over de afzetting tot burger

Een leenheer die voldoet aan de voorwaarde dat hij personen in de adelstand kan verheffen, heeft het recht om zijn eigen vazallen af te zetten. Deze vazallen begrijpen ook goed dat degene die hem tot de adelstand heeft verheven ook degene is waarvan ze hun titel gekregen hebben.
Om een van zijn vazallen af te zetten moet de leenheer zijn aanvraag valideren bij de bevoegde heraldiek van het Sacrum Romanorum Imperium Nationis Germanicae vooraleer hij de openbare en gerechtvaardigde aankondiging mag doen. Hij moet dus het ontbreken van een feodale band kunnen aantonen.
Elke ingewikkelde onenigheid zal eventueel het onderwerp kunnen zijn van een proces bij het bevoegde heraldische tribunaal.

De Keizer mag gelijk welke edele ontzetten volgens zijn wil.

Een edele die erkend werd voor ontrouw jegens zijn leenheer of jegens de provincie (als deze als zodanig erkend wordt door de provinciale justitie voor struikroverij, verraad, hoogverraad), zal ontzet worden van zijn titel en zijn gronden.

Op dezelfde manier zal een edele die publiekelijk in woorden of in daden zijn leenheer verloochent, zelf ontzet worden tenzij deze herstel op eender welke manier kon bekomen.

2/ Over het verlies van de leenheer

Indien een edele die vazallen heeft, ontzet wordt van zijn titel en dus zijn leengoed verliest of zijn titel teruggeeft, zal de vazal van de edele ook zijn titel en leengoed verliezen.

3/ Over de verantwoordelijkheden van de leenheer jegens zijn vazal

Een leenheer waarvan de vazal veroordeeld werd voor verraad of hoogverraad door een bevoegde juridische instantie kan de verantwoordelijkheid van diens handelingen op zich nemen op verzoek van bovengenoemde bevoegde juridische instantie.
Indien het bevoegde heraldisch tribunaal na beraad de leenheer als verantwoordelijk acht, heeft deze laatste twee keuzes:
  • de veroordeling in plaats van zijn vazal dragen
  • genoemde vazal schuldig achten.


VI - Over de adellijke afkomst

1/ Algemene uiteenzetting

Afkomst betekent van edellieden afstammen, gebaseerd op een onafgebroken reeks van erkende huwelijken door de Keizerlijke provincie waarbij adellijke titels en erfrecht van deze titel en het leengoed worden overgebracht volgens het eerstgeborenenrecht op zoon (of dochter) en dit volgens de gewoontes van de provincie. [NRP: Het is aan de ouders om te beslissen van welke ouder hij zal erven, om jonkvrouwen niet te benadelen. Eenmaal een beslissing werd genomen, zal deze onomkeerbaar worden toegepast op de hele familie.

Een afstammingslijn is een edel nakomelingschap dat op dergelijke personages is gebaseerd.

Als de Keizerlijke provincie geen enkele regel noch wet daaromtrent heeft, worden enkel de huwelijken van erkende godsdiensten (Aristotelisme, Averroisme en Spinosisme) erkend.

Het is aan de Heraut van Genealogie om edele lijnen bij te houden en te archiveren, opdat gevallen van opeenvolging van adellijke titels kunnen geregeld worden. Elke benoemde edele wordt dus verzocht om zijn voorgangers en afstammelingen bekend te maken bij de griffie van de heraut van Genealogie.

De echtgenoot of echtgenote van een edele draagt dezelfde adellijke titel, net als de blazoenen en ornementen op zijn/haar blazoen. Deze persoon is bijgevolg verantwoordelijk voor zijn daden ten aanzien van zijn/haar titel alsof het een titel van zichzelf is.
Bij de dood van de titeldrager, wordt deze persoon weduwe(naar) genoemd, opdat na uitvoering van de erfenis een nieuwe persoon weduwe(naar) wordt, of na teruggave aan de leenheer.

2/ Over de erfenis

Het cumuleren van verschillende ‘soorten’ titels is enkel mogelijk door erfenis.
Het is denkbaar dat een adellijke titel wordt doorgegeven aan de jongste van een bepaalde lijn, als deze lijn op uitsterven staat; en dat de lijn op uitsterven de titels van de jongste lijn ontvangt, indien die laatste vervalt. Aldus zullen een priester of een edele zonder nakomelingschap zijn titel kunnen overbrengen naar zijn neef - alleen maar als de laatstgenoemde ontstaan is uit een huwelijk dat door de Keizerlijke provincie is erkend.
In geval van een erfenis van een edele die leenheer is, worden alle vazallen verzocht hun eed van trouw aan de wettige erfgenaam te vernieuwen, of om de titel en het bijhorende domein dat hen werd gegeven, terug te geven.
Een edele die vazal geworden is door erfenis, moet zijn eed van trouw hernieuwen.

In het geval dat bovengenoemde edele deze inlichtingen niet zou verstrekt hebben, zal het erven van adellijke titels aan het goede oordeel van de bevoegde heraldiek van het Sacrum Romanorum Imperium Nationis Germanicae worden overgelaten. Deze kan eveneens in afwezigheid van een gezonde erfgenaam besluiten de titel terug te geven aan het Graafschap of Hertogdom. De teruggave aan het Graafschap of Hertogdom gebeurt automatisch na 2 maanden zonder zelfverklaarde erfgenaam.

De edellieden mogen eveneens hun testamenten ter beschikking stellen aan de herauten (andere erfgenamen vernemen dan de natuurlijke, verdeling van de titels tussen wettige erfgenamen...). Deze zullen verzegeld en geheim bijgehouden worden bij de Keizerlijke Heraldiek, en zullen slechts onthuld worden na het heengaan van de edele.

De documenten die mogelijks geantidateerd zijn (genealogische stambomen, testamenten, etc.) en zeker deze die opgesteld werden op de dag van het overlijden van een edele, kunnen geen afstammelingbewijs vormen en zullen onderworpen worden aan de goedkeuring van de bevoegde heraldieken van het Sacrum Romanorum Imperium Nationis Germanicae.

3/ Over bastaarden, adoptie en de erfenis

Elk kind dat buiten de heilige sacramenten van het huwelijk erkend door de Keizerlijke provincie geboren is zal een bastaard genoemd worden.

Als de wetgeving van de Keizerlijke provincie geen enkele regel nog wet over de erkenning van bastaarden en hun successierecht heeft, mag geen enkele bastaard een adellijke titel en leengoed erven.

Op dezelfde manier kan geen enkel geadopteerd kind een adellijke titel en leengoed erven indien de wetgeving van de Keizerlijke provincie geen enkele regel nog wet over de erkenning van adoptie en hun successierecht heeft.

VII – Heraldische juridicties

1/ Over de bevoegde heraldieken in het Sacrum Romanorum Imperium Nationis Germanicae.

Een heraldiek van een provincie is bevoegd om de zaken die hierboven bepaald werden, te behandelen vanaf het moment wanneer aan volgende voorwaarden wordt voldaan:
  • ze wordt erkend door het hoofd van de provincie,
  • ze behandelt alleen de zaken waarvan de betrokken beschuldigden als leenheer een edele hebben in de provincie van genoemde heraldiek,
  • ze is enig in haar provincie (zij mag desalniettemin bestaan uit verschillende kamers of raden),
  • ze brengt elke informatie die ze bekomt over in registers die eigendom zijn van de Keizerlijke heraldiek,
  • ze wordt gevalideerd door de Keizerlijke heraldiek, die een eventuele weigering in detail zal moeten uitleggen.


Voor ieder ander geval waar, indien zulke heraldiek niet bestaat voor de gegeven provincie, is de Keizerlijke Heraldiek de enige bevoegde heraldiek.
De Keizerlijke Heraldiek erkent dus elke beslissing van de erkende provinciale heraldiek en omgekeerd.

2/ Over de provinciale heraldische wetten.

Elke provincie mag een heraldische wet bepalen die bij hen geldt vanaf het moment dat aan volgende voorwaarden wordt voldaan:
  • ze wordt bepaald door de provinciale raad,
  • ze is enkel geldig voor de edelen van haar provincie,
  • ze is niet in conflict met de Keizerlijke heraldische wetten die hierboven beschreven staan (behalve bij uitzondering toegestaan door de Keizerlijke heraldiek),
  • ze wordt gevalideerd door de Keizerlijke heraldiek, die een eventuele weigering in detail zal moeten uitleggen.


3/ Over het provinciaal heraldisch tribunaal.

Een provincie kan de structuur van een provinciaal heraldisch tribunaal uitroepen, als deze aan volgende voorwaarden voldoet:
  • het heeft exact de zelfde roeping en dezelfde werking dan het Keizerlijk heraldisch tribunaal,
  • er bestaat een provinciale heraldiek in die provincie,
  • het oefent alleen in de zelfde jurisdictie uit dan bovengenoemde provinciale heraldiek,
  • het wordt gevalideerd door de Keizerlijke heraldiek, die een eventuele weigering in detail zal moeten uitleggen.

Het Keizerlijk tribunaal erkent dus elk oordeel van het provinciaal heraldisch tribunaal en omgekeerd.

4/ Over het recht op in beroep gaan.

Gelijk welke beslissing of oordeel gegeven door een provinciale heraldiek of provinciaal heraldisch tribunaal kan onderhevig zijn aan beroep, als dit laatste wordt aanvaard door de raad van Keizerlijke herauten of door de Keizerlijke Wapenmaarschalk.


Opgemaakt op 13 december van het gezegende jaar 1454,
Herzien op 21 december van het gezegende jaar 1454,
Herzien op 8 januari van het gezegende jaar 1455,
Herzien op 4 februari van het gezegende jaar 1456,
Herzien op 18 mei van het gezegende jaar 1456,
Herzien op 23 oktober van het gezegende jaar 1456.
Herzien op 31 mei van het gezegende jaar 1457.



Originele Statuten (Frans) : http://forum.dekoninkrijken.com/viewtopic.php?t=698284
Terug naar boven Go down
 

Statuten der Keizerlijke Heraldiek

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

 Similar topics

-
» Statuten der Keizerlijke Heraldiek
» Statuten van het College der Hollandse Heraldiek
» Familie Ooms
» Statuten Hollandse Genealogie
» (Leen)Hulde Gravin Alyssa Tailleur Connor van Holland

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Het Kasteel van Den Haag :: Noordoostelijke vleugel: de Hollandse Kanselarij :: College van de Hollandse Heraldiek :: Heraldische Bibliotheek :: Bibliotheek der Kelen Leeuwen-