Het Kasteel van Den Haag

Het centrum voor de administratie van het Graafschap Holland (hoort bij het spel Koninkrijken der Renaissance)
OfficiŽle site van het spel : www.dekoninkrijken.com
 
IndexRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Boek VI: Handel en organisatie wet

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Gast
Gast



BerichtOnderwerp: Boek VI: Handel en organisatie wet   zo dec 02, 2007 12:05 pm

Citaat :
Boek VI: Handel en organisatie wet

Opus 1: Over de Handel

Artikel 1.
Onder handelaren worden verstaan ieder individu dat goederen koopt of verkoopt op een Hollandse markt.

Artikel 2.
Bij massale, verstorende opkoop of verkoop van goederen kan handelaren worden opgelegd de opgekochte of verkochte eenheden terug te verkopen respectievelijk aan te kopen op dezelfde markt en aan de oorspronkelijke prijzen. Marktverstoring wordt beschouwd als verstoring van de openbare orde.

Artikel 3.
Het is verboden te speculeren met de goederen aangegeven in het laatste wekelijks verslag van de Raad van Holland. Speculatie wordt vervolgd als oplichting. Speculatie wordt vervolgd als oplichting.

Artikel 4.
De Minister van Handel, de Burgemeesters en mandaathouders van de Hollandse overheden zijn vrijgesteld van de beperkingen genoemd in opus 1 artikel 3.

Opus 2: Over de Mandaten

Artikel 1.
Een mandaat is het eigendom van een stad of graafschap. Goederen of geld in een mandaat kunnen echter eigendom zijn van de gemandateerde. Mandaten mogen enkel gebruikt worden voor de doeleinde die in het contract van het mandaat beschreven staan. Misbruik van mandaten wordt beschouwd als verstoring van de openbare orde.

Artikel 2.
Een gemeente of het graafschap is te allen tijde gerechtigd om een mandaat terug te eisen. De gemandateerde is verplicht binnen een redelijke termijn het mandaat terug te geven. Een weigering om mee te werken aan het teruggeven van het mandaat zal worden beschouwd als (hoog)verraad.

Artikel 3.
Gemandateerden kunnen goederen afkomstig uit hun mandaat binnen 48 uur terugeisen aan de oorspronkelijke prijs indien de koper niet de door de gemandateerde bedoelde koper was. De verkeerde koper heeft 48 uur om de goederen terug te geven aan de koopprijs, te tellen vanaf het ogenblik waarop hij hiervan op de hoogte werd gesteld. Het niet voldoen aan het verzoek om teruggave wordt beschouwd als verstoring van de openbare orde.

Opus 3: Over Gildes

Artikel 1.
Onder gildes wordt verstaan een groep burgers met het doel eenzelfde product te produceren en te verkopen en hier aan rechten te ontleden.

Artikel 2.
Een organisatie mag zich gilde noemen mits:
- zij een charter heeft opgesteld †en een gezamenlijk doel van artikel 1 centraal staat;
- zij een akte van oprichting naar de Hollandse raad heeft gestuurd;
- Er een individu is dat als rechtspersoon fungeert als het gilde in aanraking komt met justitie (OOC: Karakter vertegenwoordigd het gilde in de rechtszaal).

Artikel 2.1.
De akte van oprichting moet bevatten:
- Het bestuur van oprichting;
- Een kopie van het charter;
- De eerste woordvoerder van het gilde;
- Het rechtspersoon van het gilde.

Artikel 2.2.
Als bijkomende eis moet het bestuur en haar functies vermeld worden in het charter. Dit moet voldoen aan de huidige situatie wil het gilde in aanmerking komen voor de rechten bij Artikel 3.

Artikel 3.
De Minister van Handel en de Burgemeesters zijn verplicht de afgevaardigden van een Gilde aan te horen. Indien een gilde voel doet aan de eisen gesteld in Opus 3 artikel 2 en Artikel 3.1

Artikel 3.1.
Het gilde stelt een woordvoerder aan die instaat voor de communicatie tussen het gilde en de officiŽle instanties.

Artikel 4.
Een gilde wordt gezien als individu volgens de Hollandse wetten. Overtreding van deze wetten door de gilde zal gestraft worden als ware het een individu.

Opus 4: Over Organisaties

Artikel 1.
Onder organisaties wordt verstaan een groep burgers met een gezamenlijk doel al dan niet onder leiding van (een) eigenaar(s) of bestuur.

Artikel 1.1.
Doelen kunnen zijn maar worden niet beperkt tot; het maken van winst, het streven naar een betere economie, bevorderen van samenhang, organiseren van festiviteiten.

Artikel 2.
Een organisatie mag met recht zich een organisatie noemen als hij:
- een charter heeft opgesteld met de basisdoelstellingen van de organisatie;
- Een akte van oprichting naar de Hollandse raad heeft gestuurd;
- Er een individu is dat als rechtspersoon fungeert als het gilde in aanraking komt met justitie (OOC: Karakter vertegenwoordigd het gilde in de rechtszaal).

Artikel 2.1.
De akte van oprichting moet bevatten:
- Het bestuur van oprichting;
- Een kopie van het charter;
- De eerste woordvoerder van de organisatie;
- Het rechtspersoon van de organisatie;.

Artikel 3.
Een organisatie wordt gezien als individu volgens de Hollandse wetten. Overtreding van deze wetten door de organisatie zal gestraft worden als ware het een individu.
Citaat :


  • Laatst gewijzigd door Karanda op 8 april 1457.
  • Aangepast op 3 oktober 1458 door Lara Callisto Tailleur. Zie memorie van toelichting
  • Aangepast op 24 november 1461 door Alyssa Ciara Tailleur Connor, diverse artikels aangepast.
Terug naar boven Go down
Lara



Aantal berichten : 4055
Registration date : 25-12-07

Personage-beschrijving
Adelijke rang: Graaf
Spierkracht:
0/0  (0/0)

BerichtOnderwerp: Re: Boek VI: Handel en organisatie wet   zo okt 31, 2010 2:32 pm

Gast schreef:
Boek VI: Handelswetten (OUDE WET)

Op. 1: Over de Handel

Artikel 1.

Met handelaren wordt bedoeld iedereen die actief is op de stedelijke of provinciale markt.

Artikel 1.1

Met buitenlandse handelaren wordt bedoeld alle handelaren wiens woonplaats buiten het graafschap Holland ligt.

Artikel 2.

Buitenlandse handelaren moeten vooraf toestemming om te mogen te handelen bekomen van de Burgemeester van de stad waarin zij dit wensen te doen.

Artikel 2.1.

De beslissing van de Burgemeester bedoeld in art. 2 kan herroepen worden door de Graaf, de Baljuw en de Minister van Handel. Bij onderlinge betwisting heeft de Graaf het laatste woord.

Artikel 3

Bij massale, verstorende opkoop of verkoop van goederen kan handelaren worden opgelegd de opgekochte of verkochte eenheden terug te verkopen respectievelijk aan te kopen op dezelfde markt en aan de oorspronkelijke prijzen.

Artikel 3.1.

Onder 'verstorende opkoop' wordt verstaan de massale opkoop of verkoop met schadelijk effect op de bevolking.

Artikel 4.

Het is verboden te speculeren met de goederen aangegeven in het laatste wekelijks verslag van de Raad van Holland. Speculatie wordt vervolgd als oplichting.

Artikel 5.1.

Speculeren is het aankopen en duurder herverkopen van eenzelfde goed op eenzelfde markt.

Artikel 6.

De Minister van Handel, de Baljuw, de Burgemeesters en mandaathouders van de Hollandse overheden mogen speculeren in het kader van de uitoefening van hun functie.

Op. 2: Over de Mandaten

Artikel 1.
Een mandaat is het eigendom van een gemeente of graafschap. Goederen of geld in een mandaat kunnen echter eigendom zijn van de gemandateerde.

Artikel 2.
Mandaten mogen alleen worden gebruikt voor dienstverlening naar het graafschap of de gemeente. Onder dergelijke dienstverlening valt in ieder geval: werkzaamheden als veldwachter, handelaar of ambachtslied.

Artikel 3.
Een gemeente of het graafschap is te allen tijde gerechtigd om een mandaat terug te eisen. De gemandateerde is verplicht binnen een redelijke termijn het mandaat terug te geven. Een weigering om mee te werken aan het teruggeven van het mandaat zal worden beschouwd als (hoog)verraad.

Artikel 4.

Gemandateerden kunnen goederen afkomstig uit hun mandaat binnen 48 uur terugeisen aan de oorspronkelijke prijs indien de koper niet de door de gemandateerde bedoelde koper was.

Artikel 4.1.

De verkeerde koper heeft 48 uur om de goederen terug te geven aan de koopprijs, te tellen vanaf het ogenblik waarop hij hiervan op de hoogte werd gesteld.

Laatst gewijzigd door Karanda op 8 april 1457.
Romerio schreef:
Romerio schreef:
[rp]Aanpassing Handelswetten en Gildewet

Inwoners van Holland,

Het behaagt de Raad van Holland u mede te delen dat de Handelswetten en Gildewet zijn aangepast en samengevoegd.


Citaat :
Boek VI: Handel en organisatie wet

Opus 1: Over de Handel

Artikel 1.
Onder handelaren worden verstaan ieder individu dat goederen koopt of verkoopt op een Hollandse markt.

Artikel 2.
Bij massale, verstorende opkoop of verkoop van goederen kan handelaren worden opgelegd de opgekochte of verkochte eenheden terug te verkopen respectievelijk aan te kopen op dezelfde markt en aan de oorspronkelijke prijzen.

Artikel 2.1.
de massale opkoop of verkoop met schadelijk effect op de bevolking wordt gezien als verstorende opkoop.

Artikel 3.
Het is verboden te speculeren met de goederen aangegeven in het laatste wekelijks verslag van de Raad van Holland. Speculatie wordt vervolgd als oplichting.

Artikel 3.1.
Speculeren is het aankopen en duurder herverkopen van eenzelfde goed op eenzelfde markt.

Artikel 4.
De Minister van Handel, de Burgemeesters en mandaathouders van de Hollandse overheden zijn vrijgesteld van de beperkingen genoemd in opus 1 artikel 3.

Opus 2: Over de Mandaten

Artikel 1.
Een mandaat is het eigendom van een gemeente of graafschap. Goederen of geld in een mandaat kunnen echter eigendom zijn van de gemandateerde.

Artikel 1.1.
Mandaten mogen enkel gebruikt worden voor de doeleinde die in het contract van het mandaat beschreven staan.

Artikel 2.
Een gemeente of het graafschap is te allen tijde gerechtigd om een mandaat terug te eisen. De gemandateerde is verplicht binnen een redelijke termijn het mandaat terug te geven. Een weigering om mee te werken aan het teruggeven van het mandaat zal worden beschouwd als (hoog)verraad.

Artikel 3.
Gemandateerden kunnen goederen afkomstig uit hun mandaat binnen 48 uur terugeisen aan de oorspronkelijke prijs indien de koper niet de door de gemandateerde bedoelde koper was.

Artikel 3.1.
De verkeerde koper heeft 48 uur om de goederen terug te geven aan de koopprijs, te tellen vanaf het ogenblik waarop hij hiervan op de hoogte werd gesteld.

Opus 3: Over Gildes

Artikel 1.
Onder gildes wordt verstaan een groep burgers met het doel eenzelfde product te produceren en te verkopen en hier aan rechten te ontleden.

Artikel 2.
Een organisatie mag zich gilde noemen mits:
- zij een charter heeft opgesteld †en een gezamenlijk doel van artikel 1 centraal staat;
- zij een akte van oprichting naar de Hollandse raad heeft gestuurd;
- Er een individu is dat als rechtspersoon fungeert als het gilde in aanraking komt met justitie (OOC: Karakter vertegenwoordigd het gilde in de rechtszaal).

Artikel 2.1.
De akte van oprichting moet bevatten:
- Het bestuur van oprichting;
- Een kopie van het charter;
- De eerste woordvoerder van het gilde;
- Het rechtspersoon van het gilde.

Artikel 2.2.
Als bijkomende eis moet het bestuur en haar functies vermeld worden in het charter. Dit moet voldoen aan de huidige situatie wil het gilde in aanmerking komen voor de rechten bij Artikel 3.

Artikel 3.
De Minister van Handel en de Burgemeesters zijn verplicht de afgevaardigden van een Gilde aan te horen. Indien een gilde voel doet aan de eisen gesteld in Opus 3 artikel 2 en Artikel 3.1

Artikel 3.1.
Het gilde stelt een woordvoerder aan die instaat voor de communicatie tussen het gilde en de officiŽle instanties.

Artikel 4.
Een gilde wordt gezien als individu volgens de Hollandse wetten. Overtreding van deze wetten door de gilde zal gestraft worden als ware het een individu.

Opus 4: Over Organisaties

Artikel 1.
Onder organisaties wordt verstaan een groep burgers met een gezamenlijk doel al dan niet onder leiding van (een) eigenaar(s) of bestuur.

Artikel 1.1.
Doelen kunnen zijn maar worden niet beperkt tot; het maken van winst, het streven naar een betere economie, bevorderen van samenhang, organiseren van festiviteiten.

Artikel 2.
Een organisatie mag met recht zich een organisatie noemen als hij:
- een charter heeft opgesteld met de basis zaken van de organisatie;
- Een akte van oprichting naar de Hollandse raad heeft gestuurd;
- Er een individu is dat als rechtspersoon fungeert als het gilde in aanraking komt met justitie (OOC: Karakter vertegenwoordigd het gilde in de rechtszaal).

Artikel 2.1.
De akte van oprichting moet bevatten:
- Het bestuur van oprichting;
- Een kopie van het charter;
- De eerste woordvoerder van het gilde;
- Het rechtspersoon van het gilde.

Artikel 3.
Een organisatie wordt gezien als individu volgens de Hollandse wetten. Overtreding van deze wetten door de organisatie zal gestraft worden als ware het een individu.


Getekend op 18 oktober van het Jaar des Herens 1458,



Namens de Raad van Holland,

Romerio Alexander Tailleur
Woordvoerder van de Raad van Holland
[/rp]
Citaat :
Memorie van Toelichting:
Boek VI, dat zich richt op handelsactiviteiten is uitgebreid met de Gildewet om zo handelsactiviteiten van individuen en organisaties bij elkaar te voegen in de wet.
Het oude Artikel 1. en 2. van Opus 1zijn samengevoegd om eenduidig en eenvoudig te zijn.
Het oude Artikel 3.1. van Opus 1 is tekstueel gewijzigd.
Artikel 1.1. van Opus 2 komt ter vervanging van het oude artikel 2 van diezelfde Opus. Dit nieuwe artikel is breder dan het oude zodat de naleving eenvoudiger is.
Opus 3 en 4 zijn toegevoegd en vervangen de oude Gildewet.
Het geheel zal voortaan bekend staan als Boek VI: Handel en Organisatie wet.
Skiennietee schreef:
[rp]
De Raad deelt het volgende mee


onderwerp: Boek VI: Handel en organisatie wet


Oud schreef:
Boek VI: Handel en organisatie wet

Opus 1: Over de Handel

Artikel 1.
Onder handelaren worden verstaan ieder individu dat goederen koopt of verkoopt op een Hollandse markt.

Artikel 2.
Bij massale, verstorende opkoop of verkoop van goederen kan handelaren worden opgelegd de opgekochte of verkochte eenheden terug te verkopen respectievelijk aan te kopen op dezelfde markt en aan de oorspronkelijke prijzen.

Artikel 2.1.
de massale opkoop of verkoop met schadelijk effect op de bevolking wordt gezien als verstorende opkoop.


Artikel 3.
Het is verboden te speculeren met de goederen aangegeven in het laatste wekelijks verslag van de Raad van Holland. Speculatie wordt vervolgd als oplichting.

Artikel 3.1.
Speculeren is het aankopen en duurder
herverkopen van eenzelfde goed op eenzelfde markt.

Artikel 4.
De Minister van Handel, de Burgemeesters en mandaathouders van de Hollandse overheden zijn vrijgesteld van de beperkingen genoemd in opus 1 artikel 3.

Opus 2: Over de Mandaten

Artikel 1.
Een mandaat is het eigendom van een gemeente of graafschap. Goederen of geld in een mandaat kunnen echter eigendom zijn van de gemandateerde.

Artikel 1.1.
Mandaten mogen enkel gebruikt worden voor de doeleinde die in het contract van het mandaat beschreven staan.


Artikel 2.
Een gemeente of het graafschap is te allen tijde gerechtigd om een mandaat terug te eisen. De gemandateerde is verplicht binnen een redelijke termijn het mandaat terug te geven. Een weigering om mee te werken aan het teruggeven van het mandaat zal worden beschouwd als (hoog)verraad.

Artikel 3.
Gemandateerden kunnen goederen afkomstig uit hun mandaat binnen 48 uur terugeisen aan de oorspronkelijke prijs indien de koper niet de door de gemandateerde bedoelde koper was.

Artikel 3.1.
De verkeerde koper heeft 48 uur om de goederen terug te geven aan de koopprijs, te tellen vanaf het ogenblik waarop hij hiervan op de hoogte werd gesteld.


Opus 3: Over Gildes

Artikel 1.
Onder gildes wordt verstaan een groep burgers met het doel eenzelfde product te produceren en te verkopen en hier aan rechten te ontleden.

Artikel 2.
Een organisatie mag zich gilde noemen mits:
- zij een charter heeft opgesteld en een gezamenlijk doel van artikel 1 centraal staat;
- zij een akte van oprichting naar de Hollandse raad heeft gestuurd;
- Er een individu is dat als rechtspersoon fungeert als het gilde in aanraking komt met justitie (OOC: Karakter vertegenwoordigd het gilde in de rechtszaal).

Artikel 2.1.
De akte van oprichting moet bevatten:
- Het bestuur van oprichting;
- Een kopie van het charter;
- De eerste woordvoerder van het gilde;
- Het rechtspersoon van het gilde.

Artikel 2.2.
Als bijkomende eis moet het bestuur en haar functies vermeld worden in het charter. Dit moet voldoen aan de huidige situatie wil het gilde in aanmerking komen voor de rechten bij Artikel 3.

Artikel 3.
De Minister van Handel en de Burgemeesters zijn verplicht de afgevaardigden van een Gilde aan te horen. Indien een gilde voel doet aan de eisen gesteld in Opus 3 artikel 2 en Artikel 3.1

Artikel 3.1.
Het gilde stelt een woordvoerder aan die instaat voor de communicatie tussen het gilde en de officiŽle instanties.

Artikel 4.
Een gilde wordt gezien als individu volgens de Hollandse wetten. Overtreding van deze wetten door de gilde zal gestraft worden als ware het een individu.

Opus 4: Over Organisaties

Artikel 1.
Onder organisaties wordt verstaan een groep burgers met een gezamenlijk doel al dan niet onder leiding van (een) eigenaar(s) of bestuur.

Artikel 1.1.
Doelen kunnen zijn maar worden niet beperkt tot; het maken van winst, het streven naar een betere economie, bevorderen van samenhang, organiseren van festiviteiten.

Artikel 2.
Een organisatie mag met recht zich een organisatie noemen als hij:
- een charter heeft opgesteld met de basis zaken van de organisatie;
- Een akte van oprichting naar de Hollandse raad heeft gestuurd;
- Er een individu is dat als rechtspersoon fungeert als het gilde in aanraking komt met justitie (OOC: Karakter vertegenwoordigd het gilde in de rechtszaal).

Artikel 2.1.
De akte van oprichting moet bevatten:
- Het bestuur van oprichting;
- Een kopie van het charter;
- De eerste woordvoerder van het gilde;
- Het rechtspersoon van het gilde.

Artikel 3.
Een organisatie wordt gezien als individu volgens de Hollandse wetten. Overtreding van deze wetten door de organisatie zal gestraft worden als ware het een individu.
Nieuw schreef:
Boek VI: Handel en organisatie wet

Opus 1: Over de Handel

Artikel 1.
Onder handelaren worden verstaan ieder individu dat goederen koopt of verkoopt op een Hollandse markt.

Artikel 2.
Bij massale, verstorende opkoop of verkoop van goederen kan handelaren worden opgelegd de opgekochte of verkochte eenheden terug te verkopen respectievelijk aan te kopen op dezelfde markt en aan de oorspronkelijke prijzen. De massale opkoop of verkoop met schadelijk effect op de bevolking wordt gezien als verstorende opkoop. Marktverstoring wordt beschouwd als verstoring van de openbare orde.

Artikel 3.
Het is verboden te speculeren met de goederen aangegeven in het laatste wekelijks verslag van de Raad van Holland. Speculeren is het aankopen en duurder doorverkopen van eenzelfde goed op eenzelfde markt. Speculatie wordt vervolgd als oplichting.

Artikel 4.
De Minister van Handel, de Burgemeesters en mandaathouders van de Hollandse overheden zijn vrijgesteld van de beperkingen genoemd in opus 1 artikel 3.

Opus 2: Over de Mandaten

Artikel 1.
Een mandaat is het eigendom van een stad of graafschap. Goederen of geld in een mandaat kunnen echter eigendom zijn van de gemandateerde. Mandaten mogen enkel gebruikt worden voor de doeleinde die in het contract van het mandaat beschreven staan. Misbruik van mandaten wordt beschouwd als verstoring van de openbare orde.


Artikel 2.
Een stad of het graafschap is te allen tijde gerechtigd om een mandaat terug te eisen. De gemandateerde is verplicht binnen een redelijke termijn het mandaat terug te geven. Een weigering om mee te werken aan het teruggeven van het mandaat zal worden beschouwd als (hoog)verraad.

Artikel 3.
Gemandateerden kunnen goederen afkomstig uit hun mandaat binnen 48 uur terugeisen aan de oorspronkelijke prijs indien de koper niet de door de gemandateerde bedoelde koper was. De verkeerde koper heeft 48 uur om de goederen terug te geven aan de koopprijs, te tellen vanaf het ogenblik waarop hij hiervan op de hoogte werd gesteld. Het niet voldoen aan het verzoek om teruggave wordt beschouwd als verstoring van de openbare orde.

Opus 3: Over Gildes

Artikel 1.
Onder gildes wordt verstaan een groep burgers met het doel eenzelfde product te produceren en te verkopen en hier aan rechten te ontleden.

Artikel 2.
Een organisatie mag zich gilde noemen mits:
- zij een charter heeft opgesteld en een gezamenlijk doel van artikel 1 centraal staat;
- zij een akte van oprichting naar de Hollandse raad heeft gestuurd;
- Er een individu is dat als rechtspersoon fungeert als het gilde in aanraking komt met justitie (OOC: Karakter vertegenwoordigd het gilde in de rechtszaal).

Artikel 2.1.
De akte van oprichting moet bevatten:
- Het bestuur van oprichting;
- Een kopie van het charter;
- De eerste woordvoerder van het gilde;
- Het rechtspersoon van het gilde.

Artikel 2.2.
Als bijkomende eis moet het bestuur en haar functies vermeld worden in het charter. Dit moet voldoen aan de huidige situatie wil het gilde in aanmerking komen voor de rechten bij Artikel 3.

Artikel 3.
De Minister van Handel en de Burgemeesters zijn verplicht de afgevaardigden van een Gilde aan te horen. Indien een gilde voldoet aan de eisen gesteld in Opus 3 artikel 2 en Artikel 3.1

Artikel 3.1.
Het gilde stelt een woordvoerder aan die instaat voor de communicatie tussen het gilde en de officiŽle instanties.

Artikel 4.
Een gilde wordt gezien als individu volgens de Hollandse wetten. Overtreding van deze wetten door de gilde zal gestraft worden als ware het een individu.

Opus 4: Over Organisaties

Artikel 1.
Onder organisaties wordt verstaan een groep burgers met een gezamenlijk doel al dan niet onder leiding van (een) eigenaar(s) of bestuur.

Artikel 1.1.
Doelen kunnen zijn, maar worden niet beperkt tot, het maken van winst, het streven naar een betere economie, bevorderen van samenhang, organiseren van festiviteiten.

Artikel 2.
Een organisatie mag met recht zich een organisatie noemen als hij:
- een charter heeft opgesteld met de basisdoelstellingen van de organisatie;
- Een akte van oprichting naar de Hollandse raad heeft gestuurd;
- Er een individu is dat als rechtspersoon fungeert als het gilde in aanraking komt met justitie (OOC: Karakter vertegenwoordigd de organisatie in de rechtszaal).

Artikel 2.1.
De akte van oprichting moet bevatten:
- Het bestuur van oprichting;
- Een kopie van het charter;
- De eerste woordvoerder van de organisatie;
- Het rechtspersoon van de organisatie.

Artikel 3.
Een organisatie wordt gezien als individu volgens de Hollandse wetten. Overtreding van deze wetten door de organisatie zal gestraft worden als ware het een individu.
Citaat :
Memorie van Toelichting:

De Handelswet is aangepast voor de leesbaarheid en duidelijkheid. Bij opus 1 en 2 zin de sub-paragrafen bij de paragrafen gevoegd en de consequenties zijn toegevoegd bij overtreding van elk artikel. In opus 4 zijn enkele tekstuele verbeteringen aangebracht daar dit opus over organisaties gaat en niet over gildes zoals in opus 3.

Was getekend op de negentiende van de maand november van het jaar des Heerens 1461 te Den Haag



Skiennietee
Woordvoerder van de Raad van Holland [/rp]
Terug naar boven Go down
 
Boek VI: Handel en organisatie wet
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1
 Soortgelijke onderwerpen
-
» Organisatie Tomocon

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Het Kasteel van Den Haag :: Zuidoostelijke vleugel : Hollands Justitiepaleis :: Wetten van Holland-
Ga naar: